Supermarktbeleefdheid

In mijn vaste supermarkt in Amsterdam zijn bijna alle caissières van allochtone afkomst. Niet raar, in deze stad, in Oost. Elke dag dat ik er boodschappen doe, doet zich het volgende tarefeel voor:

Ik leg mijn boodschappen op de band en zodra het meisje mijn producten begint te scannen, zegt ze Hallo, zonder me aan te kijken. Als het tijd is om af te rekenen, zegt ze zachtjes het bedrag, alsof ze in zichzelf praat, terwijl haar starende ogen me vertellen dat ze een zware dag heeft gehad. Als ze mij het bonnetje geeft, is haar aandacht alweer gevestigd op de boodschappen van de volgende klant. Ik dacht altijd dat dit was omdat het gewoon ongemotiveerde tieners waren.

Op een dag moet de manager van de supermarkt bedacht hebben dat hij het serviceniveau wilde verbeteren. Twee blonde hollandse dames werden ingehuurd, die altijd vrolijk waren en altijd oogcontact maakten als ze glimlachend ‘goedemiddag’ zeiden. Ik was verrast, want ik was niet meer gewend oogcontact met de caissières te hebben.

Een tijdje later was ik in een Turkse supermarkt. Daar stonden een volwassen Turkse man en vrouw achter de kassa. Maar ook zij maakten bijzonder weinig oogcontact en zeiden alleen het noodzakelijke hallo, het bedrag, dankjewel en dag.

Toen dacht ik, misschien is het een cultureel verschil. Misschien vinden zij het ongepast om oogcontact te maken. Of is het omdat ik niet ‘een van hen’ ben? In China zeiden de caissières tegen niemand iets, ook niet tegen Chinezen. Ze deden gewoon hun werk. Punt.

Is het typisch Nederlands/westers om te verwachten dat caissières je aankijken, lachen en hallo zeggen? Waarom zouden ze ook, zolang ze hun werk goed doen…

This entry was posted in Cultuur, Filosofisch and tagged , . Bookmark the permalink.

One Response to Supermarktbeleefdheid

  1. Yari D. Kamsteeg says:

    Een omgekeerde welhaast nog ongemakkelijkere cultuurschok staat je te wachten wanneer je als niets vermoedende westerse toerist voor het eerst de Atlantische oceaan oversteekt en vol goede moed met lichte aarzeling je eertse kar met Amerikaanse boodschappen richting de rij kassa’s manouvreerd.

    Het deed me nog het meest denken aan het type begroeting dat je ten deel valt wanneer je de schuifdeuren op onze nationale luchthaven doorkomt en je vrienden en bekenden met smart op je staan te wachten.

    Of er oogcontact is, nou: Hiii, how are you today sir? Met een glimlach die doet vermoeden dat je het fijnste bent wat ze die dag is overkomen. Ook hier geldt dat we dat helemaal niet gewend zijn en het bij mij in ieder geval een soort gene opwekte, heel ongemakkelijk.

    Ik geloof dat de cassieres in China, Nederland en Amerika toch een gelijkwaardig niveau van intresse en oprechte hartelijkheid zullen hebben.
    Wat heb ik nu liever? Oprechte desintresse of overduidelijk geacteerde vriendelijkheid?

    Met de gespeelde grootse hartelijkheid kunnen we als nuchtere westerlingen uit de koude grond ook maar moeilijk omgaan. Toch is het aan de andere kant te verkiezen boven de soms ronduit onbeschofte houding van medewerkers.

    Een ander aspect is de (on)gelijkwaardigheid tussen mensen: Cassieres, serveersters, schoonmakers etc moeten die dan inderdaad gewoon maar hun werk doen en geen oogcontact maken? Of hebben ze zelf de afweging gemaakt dat er met de ‘overkant’ toch niets concreets aan te vangen valt?

    Ik blijf het in ieder geval stug volhouden oogcontact te zoeken en hallo en dag te zeggen, juist als zij dat niet doen…

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *