Een trein vol Chinezen

Vrijdag ben ik met de trein naar Nanjing gegaan, voor een bezoekje aan het Jiangsu Provincial Center for Disease Prevention and Control, het centrum voor voorlichting en registratie van epidemische ziektes zoals HIV.

‘s Ochtends ging ik met de taxi van m’n appartement naar het station. De chauffeur mompelde iets van dat hij de andere (iets verdergelegen) tunnel zou nemen, omdat hij niet door de normale zou kunnen. Ach, maakt niet zoveel uit, dacht ik. Toen we door de tunnel waren, stond het verkeer echter volledig vast. Ik zei tegen de chauffeur dat ik m’n trein moest halen, maar hij kon natuurlijk ook niet veel doen. Vlakbij het station liet hij me vast betalen, zodat ik sneller kon uitstappen. Hij stopte er een stukje vandaan, omdat door het verkeer lopen sneller zou zijn. Ik rende naar het station toe, want ik had nog maar enkele minuten.

Het treinsysteem hier is ietsie anders dan in Nederland. Je koopt een kaartje voor een stoel, met stoelnummer dus. Je kunt kiezen voor zachte of harde stoelen, waarbij het voornaamste verschil de hoeveelheid ruimte is, niet zozeer de zachtheid van het kussen. Het kaartje kun je het beste al een paar dagen van tevoren kopen, om zeker te zijn van een stoel. Om het station binnen te gaan moet je door poortjes, waar ze controleren of je een kaartje hebt. Net als op een vliegveld moet je bagage door een scanner, en is de stroom mensen van en naar de trein gescheiden. Er zijn wachtkamers, met daarbij treinnummers. Vlak voor de trein vertrekt gaan daar de poortjes open, en worden opnieuw de kaartjes gecontroleerd. Je kunt dan naar de trein lopen. Voor je de wagon met het juiste nummer in stapt, wordt je kaartje opnieuw gecontroleerd. En dan mag je eindelijk gaan zitten.

Goed, je begrijpt het al, dat haalde ik allemaal natuurlijk nooit meer. Toen ik de wachtkamer binnen kwam gerend, waren de poortjes van mijn trein al dicht. Trein gemist.

Wat mannetjes zeiden me dat het niet erg was, omdat ik de volgende kon nemen. Ja, dacht ik, dat zal wel, maar de trein van Nanjing is altijd uitverkocht, wist ik. Er was een balie waar ik mijn kaartje kon laten omstempelen voor de eerstvolgende trein, 20 minuten later. ‘But there’s no seat’, zei de vrouw met een glimlach. Ach, dacht ik, tis maar 4 uur reizen.

In de trein zocht ik een mooi plekje uit in het redelijk lege gangpad, net niet in de doorgang, en net wel in de airco. M’n bagage fungeerde redelijk als stoel. Best te doen zo.

Het was echter een soort stoptrein, en bij elk station dat we passeerden, stapten er meer mensen in die geen stoel hadden. Het gangpad werd voller en voller, tot we werkelijk als sardientjes in blik tegen elkaar geperst stonden. Ik als enige buitenlander natuurlijk, want welke westerling koopt er nou een kaartje zonder stoel (is even duur als kaartje voor harde stoel, maar die zijn dan al uitverkocht). Het fijne was ook nog dat er af en toe een vrouwtje langs kwam met een karretje met eten en drinken. Die moest dan door dat gangpad, dat al vol stond met mensen.

In m’n beste Chinees probeerde ik wat te communiceren met de mensen om me heen. De trein bleek uiteindelijk naar Harbin te gaan, een stad ver ten noorden van Beijing. Een meisje moest helemaal naar Harbin, had geen stoel, en zou de volgende dag ‘s middags aankomen. Meer dan 24 uur dus, met erg weinig bewegingsvrijheid. Dat bedoelde ik met, het is ‘maar’ 4 uur naar Nanjing.

Het was niet erg comfortabel, maar wel zo interessant. Erg leuk om te zien hoe mensen met enorme tassen en koffers proberen zich door de menigte te wringen. Sommige mensen leken te denken: “Goh, ik kan door al die staande mensen niet zien of er nog stoelen vrij zijn (van mensen die niet zijn komen opdagen), laat ik dan maar zelf even een kijkje nemen.” Ondertussen hangt er een lucht van sigarettenrook, noedelsoep en chinezen.

“Crazy, huh?” begint een blijkbaar Engels sprekende Chinese jongeman tegen me, van ongeveer mijn leeftijd. “Je gaat naar Nanjing? Oh das niet zo ver, gelukkig.” Even later zegt ie: “Nou succes nog, ik ga ff kijken of er nog een plaatsje is.” Had ik hem toch weer te hoog ingeschat…

This entry was posted in China. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.